Hoeveel kost een ticketsysteem werkelijk?
Wie online tickets verkoopt, vergelijkt al snel de zichtbare tarieven van verschillende ticketsystemen. Toch is de vraag “wat kost het?” minder simpel dan hij lijkt. Het maakt namelijk veel uit of een aanbieder rekent per ticket, per bestelling of met vaste kosten zoals opstartkosten, maandkosten of abonnementskosten.
Voor organisatoren is vooral de totale kostenstructuur belangrijk. Een systeem dat goedkoop lijkt per ticket kan bij grotere bestellingen duurder uitpakken dan een systeem dat rekent per boeking. Zeker bij evenementen waar bezoekers vaak meerdere kaarten tegelijk kopen, zoals vrienden die samen naar een festival gaan, ouders die meerdere kaarten voor een schoolvoorstelling bestellen of gezinnen die een activiteit bezoeken.
In dit artikel vergelijken we de drie meest voorkomende modellen en laten we met concrete rekenvoorbeelden zien waar het verschil ontstaat.
1. Kosten per ticket
Bij kosten per ticket wordt er voor elke verkochte kaart een bedrag berekend. Verkoopt iemand vier tickets in één bestelling, dan betaal je dus vier keer dezelfde fee.
Voorbeeld:
| Aantal tickets in bestelling | Kosten per ticket | Totale servicekosten |
|---|---|---|
| 1 ticket | EUR 1,00 | EUR 1,00 |
| 2 tickets | EUR 1,00 | EUR 2,00 |
| 4 tickets | EUR 1,00 | EUR 4,00 |
| 10 tickets | EUR 1,00 | EUR 10,00 |
Dit model is eenvoudig te begrijpen, maar wordt relatief duur zodra bezoekers meerdere tickets tegelijk kopen. Voor de aanbieder maakt het technisch vaak weinig verschil of er één of vier tickets in dezelfde betaling zitten. Voor de bezoeker of organisator lopen de kosten ondertussen wel op.
2. Kosten per bestelling of boeking
Bij kosten per bestelling wordt er één bedrag gerekend voor de complete boeking. Het aantal tickets binnen die boeking bepaalt dan hoeveel de kosten omgerekend per ticket zijn.
Flextickets rekent bijvoorbeeld met een fee per boeking in plaats van per ticket. Op de tariefpagina staat een tarief van EUR 1,00 per boeking exclusief btw en transactiekosten van Mollie. Inclusief btw en iDEAL/Wero-transactiekosten komt dat volgens de tariefpagina neer op EUR 1,60 per boeking, ongeacht het aantal tickets in die bestelling.
Omgerekend ziet dat er zo uit:
| Aantal tickets in bestelling | Kosten per boeking | Kosten per ticket |
|---|---|---|
| 1 ticket | EUR 1,60 | EUR 1,60 |
| 2 tickets | EUR 1,60 | EUR 0,80 |
| 3 tickets | EUR 1,60 | EUR 0,53 |
| 4 tickets | EUR 1,60 | EUR 0,40 |
| 10 tickets | EUR 1,60 | EUR 0,16 |
Daar zit het voordeel: hoe meer tickets iemand tegelijk bestelt, hoe lager de kosten per ticket worden.
3. Vaste kosten
Sommige ticketsystemen werken met vaste kosten, zoals maandkosten, opstartkosten, licentiekosten of een betaald abonnement. Dat hoeft niet altijd verkeerd te zijn, maar het verandert de rekensom wel.
Stel dat een aanbieder EUR 49 per maand rekent en daarnaast EUR 0,50 per ticket. Voor een eenmalig evenement met 250 tickets kan dat duur zijn, zeker als je het systeem maar kort nodig hebt.
Voorbeeld bij 250 verkochte tickets:
| Kostenpost | Bedrag |
|---|---|
| Maandkosten | EUR 49,00 |
| 250 tickets x EUR 0,50 | EUR 125,00 |
| Totaal | EUR 174,00 |
| Omgerekend per ticket | EUR 0,70 |
Bij grotere organisaties of doorlopende verkoop kunnen vaste kosten soms logisch zijn. Voor eenmalige evenementen, verenigingen, stichtingen en kleinere organisatoren is het vooral belangrijk om te checken of je betaalt voor gebruik dat je niet nodig hebt.
Rekenvoorbeeld 1: 250 tickets, gemiddeld 3 tickets per bestelling
Stel: je organiseert een voorstelling en verkoopt 250 tickets. Bezoekers bestellen gemiddeld 3 tickets tegelijk.
Dat betekent ongeveer 84 bestellingen.
| Model | Berekening | Totale kosten | Omgerekend per ticket |
|---|---|---|---|
| Per ticket | 250 x EUR 1,00 | EUR 250,00 | EUR 1,00 |
| Per boeking | 84 x EUR 1,60 | EUR 134,40 | EUR 0,54 |
| Vast + per ticket | EUR 49 + 250 x EUR 0,50 | EUR 174,00 | EUR 0,70 |
In dit voorbeeld is rekenen per boeking duidelijk voordeliger dan rekenen per ticket. Het verschil met EUR 1,00 per ticket is EUR 115,60.
Rekenvoorbeeld 2: 1.000 tickets, gemiddeld 4 tickets per bestelling
Nu een groter evenement. Je verkoopt 1.000 tickets en bezoekers bestellen gemiddeld 4 tickets tegelijk.
Dat zijn ongeveer 250 bestellingen.
| Model | Berekening | Totale kosten | Omgerekend per ticket |
|---|---|---|---|
| Per ticket | 1.000 x EUR 1,00 | EUR 1.000,00 | EUR 1,00 |
| Per boeking | 250 x EUR 1,60 | EUR 400,00 | EUR 0,40 |
| Vast + per ticket | EUR 49 + 1.000 x EUR 0,50 | EUR 549,00 | EUR 0,55 |
Hier wordt het verschil nog duidelijker. Bij kosten per boeking betaal je in dit voorbeeld EUR 600 minder dan bij EUR 1,00 per ticket.
Rekenvoorbeeld 3: gezinsactiviteit met 600 tickets, gemiddeld 5 tickets per bestelling
Bij gezinsactiviteiten, rondleidingen, licht- en kunstroutes, speeltuinen of familievoorstellingen bestellen bezoekers vaak meerdere tickets tegelijk.
Stel: je verkoopt 600 tickets en de gemiddelde bestelling bevat 5 tickets.
Dat zijn 120 bestellingen.
| Model | Berekening | Totale kosten | Omgerekend per ticket |
|---|---|---|---|
| Per ticket | 600 x EUR 1,00 | EUR 600,00 | EUR 1,00 |
| Per boeking | 120 x EUR 1,60 | EUR 192,00 | EUR 0,32 |
| Vast + per ticket | EUR 49 + 600 x EUR 0,50 | EUR 349,00 | EUR 0,58 |
Bij vijf tickets per bestelling wordt het voordeel van kosten per boeking extra sterk. De betaling, orderbevestiging en verwerking gebeuren in één bestelling, terwijl de kosten niet per ticket blijven stapelen.
Waarom bezoekers vaak meerdere tickets tegelijk kopen
In de praktijk koopt een bezoeker zelden alleen voor zichzelf. Iemand bestelt ook kaarten voor een partner, kinderen, vrienden, familieleden of collega’s. Daardoor ligt het gemiddelde aantal tickets per bestelling vaak hoger dan één.
Vooral bij deze soorten evenementen kan het gemiddelde snel oplopen:
- festivals en tentfeesten;
- schoolvoorstellingen en diploma-uitreikingen;
- theater- en cultuurvoorstellingen;
- proeverijen en rondleidingen;
- familieactiviteiten en attracties;
- verenigingsavonden en dorpsfeesten.
Als je ticketsysteem per ticket rekent, betaal je bij elke extra kaart opnieuw servicekosten. Als je per boeking rekent, blijft de boekingsfee hetzelfde en wordt de bestelling voor de bezoeker relatief voordeliger.
Waar moet je op letten bij het vergelijken?
Vergelijk ticketsystemen nooit alleen op een los tarief. Kijk naar de totale kosten in jouw situatie.
Let vooral op:
- Wordt er gerekend per ticket of per bestelling?
- Zijn er vaste maandkosten, opstartkosten of abonnementskosten?
- Komen betaalproviderkosten er nog bovenop?
- Zijn bedragen inclusief of exclusief btw?
- Kun je servicekosten doorberekenen aan de bezoeker?
- Betaal je ook voor gratis tickets, VIP-kaarten of relatiekaarten?
- Worden inkomsten direct uitbetaald of loopt de geldstroom via het ticketplatform?
Een eerlijk vergelijk begint met je eigen verwachting: hoeveel tickets verkoop je, hoeveel tickets zitten er gemiddeld in één bestelling en welke kosten worden wel of niet doorberekend aan de bezoeker?
Conclusie: per boeking is vaak voordeliger dan per ticket
Een ticketsysteem met kosten per ticket lijkt overzichtelijk, maar kan duur worden zodra bezoekers meerdere tickets tegelijk bestellen. Kosten per boeking sluiten beter aan op hoe bezoekers in de praktijk kopen: één betaling, één bestelling, meerdere tickets.
Bij Flextickets betaal je per boeking in plaats van per ticket. Daardoor dalen de kosten per ticket automatisch wanneer bezoekers meerdere kaarten tegelijk kopen. Voor veel organisatoren, zeker bij evenementen waar gemiddeld 3, 4 of meer tickets per bestelling worden verkocht, maakt dat een groot verschil.
Wil je weten wat dit voor jouw evenement betekent? Maak dan vooraf een simpele rekensom met het verwachte aantal tickets en het gemiddelde aantal tickets per bestelling. Vaak zie je dan meteen welk prijsmodel echt voordelig is.
Flextickets tarieven


